Bronnen en Krachtplaatsen in NL & Be

Hunebed G1 bij Noordlaren, Groningen  Hunebed G1 bij Noordlaren in Groningen

33 Geschreven in April 2022     


Je vind het enige Groningense hunebed dat nog op de oorspronkelijke plaats staat aan de Weg langs het Hunebed in Noordlaren  (Zie OpenStreetMap.org).
Op ongeveer een kwartiertje á twintig minuten lopen vind je het Hunebed D3 en D4 in Midlaren, net over de procinciegrens in Drenthe.

Dit Groningse hunebed is in 1957 onderzocht waarbij men o.a. restanten van totaal 150 potten vond. Bijzonder was de vondst van wat mogelijk twee overleden kinderen waren die begraven waren vlak voor de ingang van het hunebed. Dit soort 'vlakgraven' kwamen rond de tijd van de hunebedden vaker voor. Hierbij worden dan één of twee personen in een kuil bijgezet en de meesten dateren uit de laatste fase van de Trechterbekercultuur. Waarom de één apart buiten het hunebed werd begraven, en de ander binnen het hunebed, is onbekend en zal ongetwijfeld status gerelateerd zijn.
Dit Groningse hunebed staat anders gericht dan de hunebedden in Drenthe, die oost-west gericht staan. Het Groningse hunebed staat noord-zuid gericht en heeft een zij-ingang aan de westkant, het grootste deel van de hunebedden in Drenthe heeft de zij-ingang aan de zuidkant.
Mogelijk dat de stand van de zon, de maan en bepaalde sterren hier een rol in spelen.
Tegenwoordig is er nog maar zo'n 40% van het Groningse hunebed aanwezig, de rest is al deels in de 12de en in de 15de eeuw verdwenen. In één van de dekstenen zijn ook boorgaten aangetroffen die gebruikt werden voor explosieven om de steen op te blazen. In de 19de eeuw zijn veel hunebedden opgeblazen om als grondstof te dienen voor bouwprojecten, doch dat is in het begin van de 19de eeuw voor dit hunebed op het nippertje voorkomen.
Na het archeologische onderzoek in 1957 werd de oorspronkelijke omvang van het hunebed met afgietsels in de grond aangegeven. Pas in 1991 werd dit hunebed een Rijksmonument.
 (Bronnen: Clerinx Blz.239v.Ginkel/Jager/v.d.Sanden Blz.70, 143, 164Klok Blz.84-86v.d.Sanden Blz.90-91Westmaas Blz.14-15Expo-Oer.nlPDF op hunebeddeninfo.nlHunebedNieuwscafe.nlMainzerbeobachter.comRijksmonumenten.nl  en  Wikipedia).



Krachtplaats
Ik heb dit hunebed in Groningen tweemaal bezocht, eerst op Dinsdag 12 April 2022.
Dit hunebed ligt prachtig mooi midden in de natuur, beschut in een begroeit stukje bij open velden. Hoewel het hunebed geschonden is; er is nog maar zo'n 40% van over, was deze indrukwekkend. Zoals gebruikelijk loop ik eerst altijd even een beetje rond om de omgeving op me in te laten werken, en neem ik meteen ook wat foto's. Vervolgens ga ik dan met de wichelroede rondlopen, die aangaf dat het hunebed op een krachtplaats staat. Hoewel ik wel kon zie aan welke kant het zijportaal gezeten moet hebben, reageerde de wichelroede bij de grote deksteen en was de reactie niet sterker of zwakker bij een van de zijkanten. Wellicht omdat een groot deel van het hunebed ontbreekt en de stenen op de grond later hier neergelegd zijn om de omvang van het oude hunebed aan te geven. Een dag later ben ik nogmaals naar dit hunebed geweest voor een meditatie. Ik eer dan eerst de voorouders en natuurspirits met een offertje, waarna ik hier een meditatie deed. De sfeer was sereen tijdens m'n meditatie en ik voelde de energie van deze plaats.
Een geweldige plek voor een ritueel en meditatie!

Martin Roek      


     
     



Wat zijn Hunebedden?
Hune is een oud Drents woord dat reus betekend, vergelijkbaar met het Duitse Hüne, dat nog altijd reus of een boom van een kerel betekend. Ook in Genesis 6:4 lezen we over de 'Huynen'; 'reuzen', deze stenen 'bedden' waren zo men dacht gebouwd door reuzen.
 (Bronnen: Clerinx Blz.19v.d.Sanden Blz. 16-17  en  Wikipedia).

De in Nederland gevonden hunebedden werden in een vrij korte periode gebouwd tussen 3450 en 3100 v.nul door mensen van de Trech­ter­beker­cultuur. Men heeft in de Nederlandse hunebedden vrij weinig menselijke resten gevonden, van de zure bodem in Drenthe is bekend dat die het botten­mate­riaal grondig vernietigd. Hetzelfde zien we bij het grootst gevonden grafveld van West Europa uit de steentijd bij Dalfsen, waar van de skeletten niets over is en men slechts enkele lijksilhouetten gevonden heeft. Uit de wel gevonden resten bot en crematieresten uit de hunebedden is niet goed op te maken in welke richting de overledenen begraven werden en hoeveel mensen hun laatste reis via een hunebed maakten. Er werden wel veel potscherven gevonden in de meer westelijk gelegen hunnenbedden en nabij gelegen regio's in Duitsland. Dit kunnen urnen zijn geweest of grafgiften.
 (Bronnen: Clerinx Blz.38, 179-180 en 192-193v.d.Sanden Blz. 11 en 16Hunebeddeninfo.nl grafveld DalfsenHunebednieuwscafe.nl  &  Wikipedia).



Oorspronkelijk waren de ruimten tussen de grote stenen opgevuld met kleinere stenen en lag er een dekheuvel over de hune­bedden, die alleen toegankelijk waren via een ingang aan de zijkant.
Alleen hunebed D13 in Eext heeft nog een dergelijke dekheuvel die alle hunebedden oorspronkelijk hadden. Vroeger leidde een klein trapje naar de binnenruimte, wat dit hunebed weer uniek maakt.
Hunebedden waren dus een soort van grafheuvels waar men via de zijkant nog toegang tot had die gebruikt werd om overleden te kunnen bijzetten, wat nog honderden jaren gebeurde na de bouw van het laatste hunebed.
Op alle informatie bordjes die ik bij de hunebedden heb zien staan valt te lezen: "Een hunebed is een grafmonument. Behandel het met respect", doch ik merk hier weinig van.
Ik zie zowel kinderen als volwassen op de grafmonumenten klimmen, wat dus totaal respectloos is, alsof je op een kerkhof bovenop de grafstenen gaat staan om alles goed te kunnen bekijken. Men is dan ook bezig om te kijken of er bordjes met een klimverbod geplaatst kunnen gaan worden.
Ook op informatieve video's op de website van de Hunebedden Beheergroep (HBG) te Borger gaat men respectloos met hunebedden en grafheuvels om, te zien is hoe men dwars door de hunebedden heen loopt, erin gaat liggen, er bovenop gaat zitten en bovenop een grafheuvel gaat staan. De Hunebedden Beheergroep is o.a. ook verantwoordelijk voor het plaatsen van de informatieve bordjes bij de hunebedden waarop men een respectvolle omgang van de hunebedden van bezoekers verwacht... men begrijpt blijkbaar zelf niet wat een respectvolle omgang zou kunnen zijn.
Bezoekers lijken te denken dat deze enorme stenen wel wat kunnen hebben en dat men er gerust op kan klimmen of op kan gaan zitten. Helaas hebben de hunebedden hier wel onder te lijden zodat ze sneller eroderen en beschadigt men de zeldzame korstmossen die soms alleen nog op deze hunebedden te vinden zijn.
 (Bronnen: Clerinx Blz.192-193Hoven & Hovius Blz.29v.d.Sanden Blz. 11 en 16AD.nl - KlimverbodArcheologieOnline.nlHunebednieuwscafe.nl - KlimverbodHunebednieuwscafe.nl - Wat zijn HunebeddenTrouw.nl - Klimverbod  &  Wikipedia).

Krachtcentra
Dat de hunebedden op krachtcentra zouden liggen wordt vaak naar het rijk der pseudowetenschap verwezen en dus als onzin afgedaan. De hunebedden werden echter wel op speciaal daarvoor uitgekozen lokaties gebouwd; in Nederland allemaal op een verhoging in het landschap; de Hondsrug; een 70 kilometer lange verhoging met energetische eigenschappen waarop de meeste hunebedden te vinden zijn. Bij 39 van de 53 gemeten hunebedden was de radioactieve achtergrondstraling bovendien beduidend hoger  (Zie Martin Roek - Achtergrondstraling  en  dehondsrug.nl).
We zien dus wel degelijk een sterkere energie bij veel hunebedden. Naar aanleiding van deze metingen en mijn eigen ervaringen blijken zeker niet alle hunebedden op een krachtcentrum te staan, zoals Sietse van der Tuin zo stellig beweerd  (Zie: v.d.Tuin Blz.30-32).
De hunebedden waren in de tijd dat ze gebouwd werden zeer markante bouwwerken; heilige plaatsen waar men de voorouders begroef en eerde. De energetische kwaliteit van bepaalde lokaties op de hondsrug oefende blijkbaar een zekere aantrekkingskracht uit om hier een heiligdom te bouwen.

Heiligdom
De hunebedden waren meestal op een verhoging in het landschap gebouwd, grotendeels bedekt met aarde. Hunebedden en grafheuvels zijn toegangen naar de Andere Wereld waar de voorouders zich bevinden. De overledenen werden met een ceremonie hier gecremeerd en/of begraven en later kwam men hier voor herdenkings en raadplegingsceremoniën, waarbij er ook aan de voorouders geofferd werd. Vaak hield men bij grafheuvels en hunebedden ook vergaderingen, rechtsgedingen en nam men besluiten, waarbij mogelijk ook de voorouders in gedachten werden gehouden en/of geraadpleegd. De hunebedden zijn plaatsen van de voor­ouders en natuurgeesten/goden; poorten naar de Andere Wereld waar men ceremoniën en rituelen deed om de voorouders en de natuurgeesten te eren en te raadplegen; het waren ook religieus-spirituele centra.
Sommige mensen menen dat de hunebedden geen graven voor de voorouders waren maar heiligdommen, spirituele centra. Alsof dit een tegenstelling zou zijn; het zou juist vreemd zijn wanneer in heiligdommen zoals de hunebedden de voorouderspirits compleet buitengesloten zouden worden. In het oude sjamanisme raadpleegt men juist de voorouders en de natuurgeesten/goden, waarom zou men dit in de tijd van de hunebedden dan niet gedaan hebben? Belangrijke overledenen zoals stamoudsten, sjamanen, priesters en priesteressen, zullen in het heiligdom rond de voorouders en natuurspirits/goden bijgezet zijn, zodat latere generaties ze eer kunnen bewijzen en kunnen raadplegen.
In de mythologie van latere volkeren zijn heuvels vaak het domein van de Andere Wereld, waar de elfen en andere natuurspirits wonen. Via grotten en andere openingen in de aarde kon men de onderwereld betreden, de wereld van de overledenen, de Andere Wereld. De vondsten van menselijke resten in de hunebedden en de offergaven liggen in lijn met deze mythologie van latere volken in deze regio. Aan de hunebedden zullen dus mogelijk alleen stamoudsten, priesters en priesteressen na hun overlijden toevertrouwd zijn; inspirerende mensen met een zeker aanzien. Hunebedden zijn zo het schijnt dan ook in de eerste plaatst heiligdommen, speciaal gebouwd voor de Andere Wereld van de overleden voorouders die hieraan toevertrouwd werden en voor de natuurspirits zoals o.a. de Goden en Godinnen.

Martin Roek