Volksverhalen uit Gelderland
Onze Volksverhalen
G.J.H. Krosenbrink
Uitgeverij Het Spectrum, 1979
Gelderland heeft drie 'kwartieren', de Veluwe, de Achterhoek en de Liemers en het Rivierengebied.
Ze zijn alle drie, op het stuk van het volksverhaal, royaal aanwezig in dit deel van de reeks
'Onze Volksverhalen'. Voor de achterhoek en de Liemers was de keuze een eenvoudige zaak, want er
is een overvloed aan notaties; ook de Veluwe is vanouds, wat ons onderwerp betreft, veelvuldig behandeld.
Maar het schone land van de grote rivieren, rijk gezegend met een geschakeeerd volksleven, is op dit
punt in de literatuur veel minder aan de orde gekomen. Niettemin is er ook uit dit gebied nogal wat
te vinden in het deel Gelderland van de reeks 'Onze Volksverhalen'.
De samensteller Henk Krosenbrink, woonachtig in de rustieke buurtschap Corle bij Winterswijk, heeft
zijn sporen als volkskundige ruimschoots verdiend. Hij redigeert met enkele anderen al jaren en jaren
een blad (De Moespot), dat dialect bijdragen opneemt uit zijn eigen regio, benevens de Liemers,
Salland, de oostelijke Veluwe en Twente. Jarenlang was hij voor Gelderland medewerker van de Regionale
Omroep Noord en Oost, met speciale aandacht voor de volkscultuur. Hij schreef, behalve enkele streekromans,
Hosse bosse teune, een alleraangenaamst boek met volksrijmen, een pendant van het alle
Nederlanden behandelde Prismaboek nr. 1865, en het sagenboek De Oele röp (= De Uil Roept),
zo geheten omdat, volgens de volksmond, een uil die nieuwend piept en voor het venster rondfladdert
waarachter een zieke ligt, een spoedige dood voorspelt. Ook de 'classics' van de Gelderse overlevering
zijn in dit boek voorhanden: Faust in Waardenburg zo goed als Mariken van Nieumeghen,
de individuele interpretatie van alom voorkomende volksgegevens. En alles is van toelichtingen voorzien,
die wie dieper geïnteresseerd zijn op een lezenswaardige wijze de weg wijzen.
(Bovenstaande tekst komt van de achterkant van het boek)
